Beste wensen 2022

Beste wensen 2022
Beste bezoekers van de Westfriese Ekklesia,
Ik wens u allen een gezegend Kerstmis en een gezond 2022. Ik hoop van harte dat wij gespaard mogen blijven van nieuwe coronagolven en het leven langzamerhand weer normaal kan gaan worden.
Helaas heeft een nieuwe lockdown het voor ons onmogelijk gemaakt om op 2 januari een dienst te houden.
Wij zouden de eerste dienst in het nieuwe jaar houden met als thema: “Heb de vreemdeling lief.” Een van de liederen die mij altijd diep geraakt heeft, is een lied van Huub Oosterhuis, gebaseerd op een paar versregels uit Hebreeën 11.  Dat lied heeft een voor mij  een tweeledig thema en speelt nu ook weer door mijn hoofd in deze zoveelste lockdown. Wanneer komen wij hier uit? En hoe?  Het lied geeft prachtig weer hoe wij in ons leven een weg gaan die niet vanzelfsprekend is.
En vandaag, zo voor Kerstmis, denk ik niet alleen aan al die vaak kansloze vluchtelingen, die de lange weg, door de woestijn of over zee, naar ons rijke westen maken, maar ook aan onze lange weg. Hoe gaan wij die? En dat geeft die laatste strofe zo mooi weer.
 
Vroeg in de morgen, donker was het nog,
zijn zij gegaan, een keer,
nog in ons hart de dichtheid van de nacht.
 
Jij bent niet die wij dachten.
Uit het vuur riep ons bij naam een stem.
Wij zagen niets. Jij riep: “Ik zal er zijn.”
 
Op licht en schaduw, bomen aan de bron,
op stilte leek die naam.
Een gloed van liefde schroeide ons gezicht.
 
Om wat wij hoorden (maar wat hoorden wij?)
om  wat op vrijheid leek,
omdat het moest en blijven niet meer kon
zijn wij gegaan, onstuimig en verward,
om nergens om, om jou –
om liefde, over alle grenzen heen.
 
Een troep die sloft en zwerft, de richting kwijt
de nagalm van een stem.
De weerklank van wat woorden in ons hart.
 
Een slingerende stoet naar goed wijd land.
Een eeuwenlang smal pad
een ademtocht, de route van het licht.
 
Het duizendschone schitterende licht,
een file in de nacht,
een spoor van mensen die de nacht verslaan.
 
Die strompelen tot waar? Tot waar jij bent,
in rusten aan de bron,
in gloed van liefde, vuur dat niet verflauwt.
 
Vroeg in de morgen, donker was het nog,
zijn wij gegaan een keer,
met niets dan in ons hart: “Ik zal er zijn”.
 
Huub Oosterhuis Verzameld Liedboek 259
 
En ook:
Donker is het nu en wat kome komt, maar:
 
Blijf niet staren op wat vroeger was,
sta niet stil in het verleden.
Ik, zegt Hij ga iets nieuws beginnen,
het is al begonnen, merk je het niet...
 
Allerlei voor iedereen 'normale' gewoonten, gangen der zaken zijn de afgelopen twee jaar meer dan op de schop gegaan. Ik hoef hier niet verder over uit te weiden; droefenis voor velen is ons deel geworden. Hoe nu verder?
Vertrouw op je eigen geest, gevoed door teksten uit Thora, Evangeliën, zang en prediking in onze eigen Westfriese Ekklesia. Zie om naar elkaar, zoals Hij omziet naar ons. Vertrouw op dat er iets 'nieuws gaat beginnen', samen met allen die je dierbaar zijn - en ook allen die je niet, of veraf kent. De vreemdeling in ons midden - zodat die niet moet slapen in een stal, omdat er in onze Nederlandse herberg geen plaats is.
 
Rorate: Dauwt hemelen van omhoog en regen de gerechtige...
Zo moge onze kerstdagen ons vervullen.
 
Marga de Groen
 
 
terug